zaterdag 2 februari 2008

Chaos




En zo zag het er dus de afgelopen tijd uit bij mij in de studeerkamer, een puinhoop van jewelste. Tijd om schoon schip te maken, maar nu de scriptie af is (en vorige week ingeleverd) komt de praktijk van het afstuderen om de hoek kijken. Smoesjes genoeg om opruimen en schoonmaken weer even uit te stellen. Over een half jaar, ja dan...

donderdag 27 december 2007

Ik worstel...maar kom ik ook boven

Volgens de jonge Zweedse kunstenaar Magnus Monfeldt (1973)
speelt het geheugen en de herinnering een belangrijke rol in de opbouw van onze identiteit. Verlies en dood zijn voor hem belangrijke thema’s in zijn installaties en video’s. The Deprived Eye bijvoorbeeld is een serie video’s gebaseerd op een experiment van Torsten Wiesel en David Hubel, een Zweedse en een Amerikaanse wetenschapper, die in 1958 de waarneming van katten begonnen te bestuderen en er met gruwelijke experimenten achter probeerden te komen hoe en waar geheugen wordt opgeslagen. Hiervoor werd o.a. een oog van katjes dichtgenaaid, het “verstoten” oog, waarna de katten werden losgelaten in een horizontaal en verticaal gestreepte omgeving. Na een poosje, waarbij ondertussen de richting van de lijnen veranderd was, werd het oog weer geopend en hun hersenactiviteit geregistreerd. Door ons af te sluiten van het geheugen, kunnen we de wereld met nieuwe ogen zien, was de strekking van het verhaal.
Monfeldt onderzoekt op zijn manier het geheugen, met behulp van een animatie van grafische patronen van zwarte en witte lijnen, die associaties oproepen met de echte wereld buiten de digitale realiteit.

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik hier mee aan moet, ik heb niet zoveel op met video en animaties etc. maar misschien moet ik de tekst nog eens beter bekijken. Ik hoef natuurlijk ook niet alles wat ik tegenkom te gebruiken in mijn scriptie, ik word er een beetje horendol van. Hier was ik dus al eerder bang voor, dat ik om zou komen in mijn teksten. Het is een vreselijk geworstel om uit alles wat ik heb gevonden de essentie te halen en de tijd gaat dringen. Toch vind ik het nog steeds heerlijk om te doen, maar het is goed dat ik even een weekje eruitga, even iets anders aan mijn kop en wie weet op nieuwe ideeën komen.

woensdag 12 december 2007

Daguerreotypie



En dit is dan Louis-Jacques-Mandé Daguerre (1844) zelf, gefotografeerd door Jean-Baptiste Sabatier-Blot (French, 1801–1881). Toch wel een gekke gewaarwording om de uitvinder op zijn eigen uitvinding te zien staan.

Op deze site van het Metropolitan Museum of Art in New York, kun je zien hoe een Daguerrotypie werd gemaakt. Zo bezien is er niet eens zo héél veel veranderd sinds die tijd, in ieder geval niet wat het analoge proces betreft.

donderdag 29 november 2007

Hospik bij het 413e bataljon infanterie in Indië

Met open vrachtwagens (Herringtons) werden de jongens eerst naar Indramajoe gebracht. Veertien dagen later arriveerde mijn vader in Djatibarang, waar hij samen met nog een man of 7 onderdeel uitmaakte van een ondersteuningspeleton van het 413e bataljon infanterie. Hij had in Nederland een opleiding gehad tot hospik (militair met medische opleiding) en heeft nooit hoeven vechten, voor zover ik begrepen heb.

Mijn vader heeft daar twee jaar gezeten, tot er sprake van was dat hij kon emigreren naar Australië. De jongens zouden er een baan krijgen, terwijl dat in Nederland vanwege de hoge werkeloosheid veel moeilijker was. Maar zijn vader schreef dat moeder ziek was en als hij haar nog wilde zien, dan moest hij naar huis komen. Hij heeft contact gezocht met de aalmoezenier en die vertelde hem dat hij moest doen wat zijn hart hem ingaf, daar kon die man hem verder niet bij helpen. Hij is toen toch naar huis gegaan en een half jaar later is zijn moeder (mijn oma) overleden.

Sporen van oorlogsgeweld

"(...) Bij het zien van zijn graf kwam hij pas echt tot leven."

Bart Sorgedrager, geboren na de Tweede Wereldoorlog, heeft zijn oom Bert Wolters nooit gekend. Toch besluit hij tot een fotografische zoektocht naar dit familielid, die in 1944 als vlieger bij het 322 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht is verongelukt. Hij is namelijk gefascineerd geraakt door de geschiedenis van dit oudste Squadron van de KL en de bijdrage die zijn oom aan de oorlogsstrijd heeft geleverd. Hij probeert met zijn foto’s een antwoord te geven op de vraag wat er 50 jaar na de oorlog nog rest van de vliegbases waar het 322 Squadron van juni 1943 tot mei 1945 gestationeerd is geweest en herdenkt op deze gepaste wijze tevens zijn oom Bert Wolters, die net als vele anderen in het vergeetboek terecht is gekomen vanwege het feit dat hij het einde van de oorlog niet wist te halen.

De jeugd van nu heeft nog maar weinig binding met oorlogsgraven uit de eerste of zelfs tweede wereldoorlog. Terecht merkt Sorgedrager op dat het onvermijdelijk is dat ervaringen uit de eerste hand verloren zullen gaan, maar dat landschappen veel langer in staat zijn de herinneringen met zich mee te dragen. Omdat veel bases gesloten zijn of worden, zullen ook deze sporen, in de vorm van overblijfselen van start-en landingsbanen, maar ook gebouwen, langzamerhand verdwijnen. Bart fotografeert vliegvelden als Biggin Hill, West Malling en Hawkinge, waar het oorlogsgraf van zijn oom zich bevindt. Ook enkele vliegvelden uit Nederland, waaronder die van Woensdrecht en Schijndel passeren de revue. Elders, niet in dit boek, kwam ik de term “schuldige landschappen” tegen, maar niet zo schuldig dat de sporen van het oorlogsgeweld niet snel kunnen verdwijnen. Monumenten zullen ons slechts resten, zoals de herdenkingskapel op Biggin Hill, één van de belangrijkste vliegvelden uit de Battle of Britain.

Na de tweede wereldoorlog, in 1947, ging het Squadron (een Jachtvlieg Afdeling) naar Indië, om de daar reeds aanwezige luchtmacht te versterken. Een jaar later vertrok mijn vader als 19 jarige vrijwillig dienstplichtige naar Indië (Java) met de M.S. Johan van Oldenbarnevelt, passeerde op 19 oktober 1948 – zijn verjaardag - de evenaar, om daarna in Tandjong Priok aan land te gaan.

Boek:
Sorgedrager, B
322 Squadron: Sporen van zijn verleden, lijnen in de geschiedenis, Den Haag: Sectie luchtmachthistorie van de Staf van de bevelhebber der Luchtstrijdmachten, 1993

Dit boek heb ik in kunnen zien bij de bibliotheek van het Nederlands Fotomuseum

Voor verhaal en foto's over Bert Wolters (overigens niet van Sorgedrager) zie verder deze website aangezien de foto's daarop beveiligd zijn.

Dilemma's

Ik zit al weken tot mijn nek toe in de scriptie, maar toch komt het er niet van om dit op de een of andere manier in mijn blog te verwerken. Want wat zal ik bloggen, ik heb zovéél. Belangrijkere dilemma's op het moment zijn: wat ga ik precies in mijn scriptie opnemen, wat zijn minder belangrijke details. Hoe ga ik de informatie die ik heb verzameld gebruiken? Wat laat ik van mezelf zien in de eigen herinneringen?

Dan komt er weer nieuwe informatie bovendrijven, o help, ik ben nog maar steeds bij hoofdstuk 2. Ook zal ik meer na moeten gaan denken over de vorm waarin de scriptie gegoten gaat worden. Een klasgenoot vroeg laatst hoe het stond met de Alzheimer. Voorlopig zit ik nog even volop in de "oorlog-en andere ellende" kant van mijn verhaal. Ik zal een poging doen om hier wat van te laten zien.

vrijdag 9 november 2007

Tips van Rik

Gisteren had ik een afspraak met mijn scriptiebegeleider Rik Suermondt. Ik zit nog steeds op het goede pad gelukkig, al vertelde ik hem wel dat ik aardig aan het verzuipen ben in alle boeken, tijdschriften, websites, artikelen etc. omtrent mijn onderwerp. Iets waar ik al bang voor was, mezelf kennende weet ik van geen ophouden. Toch moet ik een keer stoppen met nog meer informatie zoeken. Het schrijven heeft een poosje geleden aanvang genomen en komt nu op de eerste plaats. Rik had nog wel een paar tips voor fotoboeken/projecten van een aantal fotografen:

Seiichi Furuya, Memoires, 1989 (jaartal is belangrijk, 1e uitgave heeft interessante tekst over het associatieve van herinneringen)
Bart Sorgedrager, 322 Squadron, Sporen van zijn verleden, lijnen in de geschiedenis.
Ringel Goslinga, Family Tree (boek komt eind 2007 uit)
Pedro Meyer, I photograph to remember (zie hiervoor mijn andere blog)

Later meer hierover.

vrijdag 19 oktober 2007

First things first

Afgelopen weken is al mijn tijd gaan zitten in werkplan, actieplan, portfolio, presentatie en competentieassessment, en nog een voltooiing van de laatste BPV. Volgende week ga ik een paar dagen naar Groningen, o.a. voor een bezoek (met opdracht) aan de Noorderlicht manifestatie. In het weekend is echtelief jarig en vieren we feest. Als dat gedaan is kan ik me weer met hart en ziel op de scriptie storten, die overigens geen moment uit mijn gedachten is! Bergen informatie liggen klaar om geselecteerd en verwerkt te worden, maar ik geloof dat ik aardig op schema lig.

Wacht even, ik lees net dat de inleiding en twee geschreven hoofdstukken 1 november bij de scriptiebegeleider moeten worden ingeleverd. Dat ga ik zo niet redden. De pc dus mee naar Groningen en schrijven maar...

Nog steeds een waarheid als een koe

Ouderdom, hoe zijdt gij zo veracht,
terwijl eenieder u begeert.


Anoniem, zeventiende eeuw

dinsdag 9 oktober 2007

Minder

Wij zijn wat we ons herinneren. Minder herinneren betekent minder zijn.
Uitspraak van de Spaanse schrijver: Carlos Ruiz Zafón

maandag 1 oktober 2007

Geheugenpoli

Vorige week had ik een interessante ontmoeting met Cecile Potjes (van Kunsthuis Rosmalen) en beeldend kunstenaar Fons Spinhof. Deze mensen hadden uitnodigingen bij voor een lezing van Rick Vercauteren over fotograaf Toon Michiels, die ik kende van zijn prachtige foto’s in het boek Zeldzame mensen.

We troffen elkaar op de Open Dag van de Geheugenpoli van het Jeroen Bosch Ziekenhuis (locatie Carolus) in ’s Hertogenbosch. Ik wist niet precies wat dat inhield, een Geheugenpoli, maar ik vond het een mooie gelegenheid om daar achter te komen. In tegenstelling tot wat ik dacht, was er niet veel te zien, maar ik ben toch wel wat wijzer geworden. We kregen eerst een gesprek met een geriatrisch verpleegkundige en daarna nog met een psycholoog. Op het Carolus komen zo’n tien mensen per week, over het algemeen met een verwijzing van de huisarts. Hun leeftijd ligt tussen de 35 en 100 jaar. Om vast te stellen of er sprake is van dementie is er een twee uur durend onderzoek, met o.a. gesprekken met de patiënt zelf en met de centrale verzorger. Dan volgt een eerste conclusie en adviezen voor verdere behandeling. Als het team er niet uitkomt, volgt een verwijzing voor nader onderzoek met o.a. een MRI scan. Er werden een aantal geheugentesten besproken, waaronder de CST ofwel Cognitieve Screeningstest, die samen met de andere bevindingen van zo’n dag al tot een eerste betrouwbare uitspraak leiden. We kregen nog een boekje mee en folders, zodat ik weer het nodige te bestuderen heb.

donderdag 27 september 2007

Vriendje Alzheimer

Op de site van Alzheimer Nederland lees ik geboeid de columns van Evert van Rossum, een 58 jarige man met Alzheimer. Hij weet naar mijn idee dit lastige onderwerp goed bespreekbaar te maken. Samen met zijn vriend Izaak vecht hij al een jaar of vier dagelijks tegen zijn ziekte en ook tegen het ongeloof dat hij als jong dementerende tegenkomt. In zijn columns kom ik sprekende voorbeelden tegen van de beperkingen waar hij door zijn ziekte mee te maken krijgt, zoals het niet meer tussen neus en lippen door kunnen maken van een afspraak en zijn onvermogen om een verhaallijn vast te houden.

In zijn columns schuwt hij de liefde niet en ook sex krijgt een plaatsje. Hij schrijft bijvoorbeeld:

Jonge mensen vinden dat sex tussen oudere mensen uit den boze is.
Die doen het toch niet meer. Of nog erger, ze vinden het een onsmakelijk idee!


Deze regels doen me sterk denken aan wat ik zelf eens van een nichtje te horen kreeg. Ze vond de gedachte aan vrijende mensen van boven de vijftig maar vies. Ook tijdens mijn bespreking van het boek Geliefden van Marrie Bot op de academie, zat het jonge volk niet echt op de nietsverhullende duidelijkheid van oude gerimpelde lijven te wachten. Maar dat is een heel ander onderwerp.

Het enige wat mij in zijn columns een beetje tegenstaat is het voortdurende gebruik van "vriendje Alzheimer", maar dat komt misschien ook omdat ik al zijn columns achter elkaar gelezen heb. Je zult maar zo'n vriendje hebben!

Geheugentesten

Gisteren was toevallig ook de Nationale Geheugentest op tv. Ik had helemaal geen zin om daar naar te kijken en heb de test daarom online gedaan. Wat bleek, mijn geheugen is toch minder slecht dan ik dacht. Wel heb ik een aantal vragen moeten gokken, zodat ik eigenlijk nog niet weet hoe het echt met mijn geheugen is gesteld.
Op de site van de uva zijn meer geheugentesten te vinden.

Wetenschap

De ziekte van Alzheimer kenmerkt zich door verlies van geheugen als gevolg van het afsterven van hersencellen. Deze sterfte wordt veroorzaakt door ophopingen van het amyloid-beta eiwit. Dit eiwit gaat een binding aan met zichzelf, wat resulteert in een giftig eiwitaggregaat. Eiwitten die kunnen binden aan het amyloid-beta eiwit zorgen ervoor dat het niet meer bindt aan zichzelf, en dus niet meer giftig is.
Bron: umcn

Mensen met beginnende klachten kunnen zich in een vroeg stadium laten testen op Alzheimer bij prof. Scheltens van het Alzheimercentrum. Professor Luiten van de Universiteit van Groningen test op ratten en muizen medicijnen die een remmende werking hebben op de ziekteontwikkeling. Het lijkt slechts een kwestie van tijd tot een echt geneesmiddel zich aandient. Maar volgens prof. Swaab van het Nederlands Herseninstituut zitten de wetenschappers op een totaal verkeerd spoor. Moeten we nog honderd jaar wachten tot er een medicijn is?

Gisteren de documentaire gezien waar het hierboven over gaat, op 18/9 op de video opgenomen. Het Alzheimer mysterie bleek één van drie documentaires die binnenkort (nov. 2007) op dvd te koop zijn bij de EO.

In deze documentaire werden o.a. tegengestelde meningen besproken van een aantal wetenschappers, m.b.t. het onderzoek naar Alzheimer.
Een van de geportretteerden was een nog vrij jonge man (onder de zestig) die met Alzheimer was behept, iets waar ik de laatste tijd steeds meer over hoor. Ook in de Volkskrant van afgelopen zaterdag een artikel dat aangaf dat jongere patienten vaak een foute diagnose krijgen, omdat dementie op deze leeftijd slecht wordt herkend. In Nederland zijn er ongeveer 12 duizend mensen die vóór hun 65e dement worden. Niet alle dementie wordt gekenmerkt door geheugenproblemen. Bij fronto-temporale dementie (FID), waar enkele duizenden relatief jonge mensen aan lijden, wordt het voorste deel van de hersenen aangetast en krijgt men te maken met gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen.

De grootste groep dementen is ouder dan 80 jaar en lijdt aan Alzheimer. Tegenwoordig is dat gelukkig niet alleen meer na het overlijden vast te stellen en hoewel er vooralsnog geen medicijnen voor zijn, kan patienten geleerd worden hoe ze het beste om kunnen gaan met hun ziekte.

vrijdag 21 september 2007

Wereld Alzheimerdag

Vandaag is het Wereld Alzheimerdag. In het Tijdschrift voor Verzorgenden lees ik een uitspraak van Economie-minister Maria van der Hoeven op een bijeenkomst in het kader van Wereld Alzheimerdag, in VU medisch centrum:

Behalve het persoonlijke leed dat deze ziekte veroorzaakt, heeft Alzheimer ook invloed op onze economie. Het groeiende aantal Alzheimerpatiënten trekt in de toekomt een grote wissel op de samenleving, vindt Van der Hoeven. ‘Als we geen oplossing vinden voor deze ziekte, zal het aantal Alzheimerpatiënten in de toekomst sterk toenemen. Daarbij moeten we ons realiseren dat er straks minder jonge mensen zijn om voor deze patiënten te zorgen’.

Eigenlijk niets nieuws, lijkt mij, maar het is goed dat er weer even de aandacht op wordt gevestigd.

In het artikel staat verder:
Naar schatting zijn er in Nederland op dit moment 195 duizend mensen bij wie de diagnose dementie is gesteld. Daarnaast zijn er waarschijnlijk 60 duizend mensen die lijden aan dementie, maar bij wie de diagnose nog niet is vastgesteld. Circa 10 duizend mensen is jonger dan zestig jaar. De Gezondheidsraad schat dat het aantal dementerenden tot 2050 zal toenemen tot 600 duizend. Deze toename wordt met name veroorzaakt door de toenemende vergrijzing.

En voor die toename ben ik zelf medeverantwoordelijk, als ik tenminste niet vóór die tijd door iets anders kom te overlijden.

donderdag 20 september 2007

Reminiscentie

Ik vind het schitterend om telkens weer (in dit geval op internet) een luikje open te trekken, waar dan een stortvloed aan informatie vandaan komt, al moet ik voortdurend in de gaten houden dat ik wel de (meest) bruikbare informatie eruit filter. Zo ook weer vandaag. Ik was de afgelopen tijd al vaker het woord reminiscentie tegengekomen, in het kader van mijn onderzoek. Vaag wist ik wel wat het betekende en kon ik wel uit de context halen wat er bedoeld werd, maar ik had het woord nog niet opgezocht in mijn woordenboek of op het worldwideweb. Op deze site vond ik wat ik nodig had en nog veel meer.
Reminiscens is volgens Van Dale: Verschijnsel, dat herinneringen oproept aan iets overeenkomstigs uit het verleden. En reminiscentie: gedachte aan een verschijnsel uit het verleden, dat overeenkomst vertoont met een huidige waarneming. Voor een verdere uitwerking verwijs ik met plezier naar bovengenoemde website, waar voor mij in ieder geval nog veel te halen valt. Wordt vervolgd.

George Sarton Leerstoel

Mijn oog viel vanmorgen toevallig op een klein berichtje in de krant:
De George Sarton Leerstoel voor de geschiedenis van de wetenschappen aan de universiteit Gent wordt dit jaar toegekend aan Douwe Draaisma.

woensdag 19 september 2007

Kleuters en bejaarden


Philippe Inkelberghe heeft voor een project eens 96 multiculturele kleuters en 96 demente bejaarden gefotografeerd, die recht in de camera keken.
“Young voices grow old” was het thema van de 2 monumentale fotomozaïeken. En de naam van het werk: "Kinderen Baas - Not Forgotten"

Ook een idee... hoewel zo'n mijmering weer meer iets is voor het werkplan misschien.

Tekst en beeld

Stukje uit een recensie van het in mijn andere blog besproken boek van Michiel Hendryckx. Zelf heb ik het boek nog niet gezien, maar slechts de besprekingen op internet gelezen, hetgeen zeker uitnodigt tot een nadere blik. Zoals hij zelf stelt is het een soort reis door zijn geheugen!

In honderd foto’s legt Michiel zijn ziel op ontroerende, belerende en soms komische wijze bloot. We zien vroege portretten van Jan Hoet, Kamagurka, Jan Decleir, Michiels beste vriend Piet, maar evengoed landschappen en snapshots. Soms tijdloos, soms hopeloos gedateerd, maar net daarom van een nostalgische waarde. Wat het boek bijzonder maakt is de chemie tussen tekst en beeld: Michiel is nu eenmaal een beeldrijke verteller. In de korte tekstjes aan de linkerkant lezen we over de herinnering aan, de visie op of de making of van de foto aan de rechterkant. Snel door het boek bladeren en enkel naar de prentjes kijken doet dit boek oneer aan, want de beelden zijn lang niet allemaal geselecteerd op esthetiek, zoals in het doorsnee fotoboek. De schoonheid van dit boek zit ‘m in de verscheidenheid van de beelden, in de joviale openheid waarmee Michiel laat binnenkijken in zijn leven. Een jovialiteit die van hem een zeldzame, authentieke mens maakt, zowel op tv als in zijn foto’s.

Michiel Hendryckx, Het mooiste licht is tegenlicht. Antwerpen: Manteau, 2007

dinsdag 18 september 2007

Zeepaardje

Hippocampus
Klein orgaantje in onze hersenen, in de vorm van een zeepaardje, dat een belangrijke rol speelt bij het opslaan en terughalen van herinneringen en bij allerlei leerprocessen.

Bron: Thinkquest

De traditionele zienswijze is dat nieuwe herinneringen eerst worden opgeslagen in de hippocampus, totdat ze, in hun originele vorm, geconsolideerd (vastgelegd) zijn in de neocortex. De transformatietheorie beweert daarentegen dat de gedetailleerde, contextafhankelijke herinnering (episodische herinnering) getransformeerd wordt naar een meer schematische en generieke herinnering (een semantische herinnering), waarbij de context verloren gaat. De episodische herinnering huist dan in de hippocampus, de semantische ergens daarbuiten.

Bron: Cognitienet

Hier moet ik nog eens goed over nadenken. Wat betekent dit dan precies? En is het belangrijk voor mijn onderzoek of de herinneringen worden opgeslagen in de hippocampus of ergens daarbuiten?